Betrouwbaar | Delen van kennis

Luchtdichtheid bij energiezuinig bouwen

February 2013 - De Aannemer

Voorbereiden op een betere buitenschil.

Het begin van het nieuwe jaar; een mooi moment om vooruit te kijken. In 2015 wordt de EPC verlaagd naar 0,4. Een grote stap richting energieneutraal bouwen, waarbij we ons nu al moeten voorbereiden op een nog betere buitenschil.

De bouw zit op dit moment wat energiezuinig bouwen betreft in een stroomversnelling. Een opdrachtgever of potentiële koper vraagt steeds vaker om een energiezuinige woning met lage of geen energielasten.  Deze woningen worden vaak omschreven als energieneutraal of passiefhuizen. De regelgeving wordt hier steeds meer op aangepast en rekenmethoden worden verbeterd.  Maar zijn dit dan allemaal nieuwe ideeën en theorieën? Nee. Het tegenovergestelde is waar. Honderden jaren terug hadden we dezelfde gedachten: zongericht bouwen, luchtdicht bouwen, enz. Door goedkope energie is het nooit wat geworden.  We hoeven deze vakkennis nu slechts aan te passen aan de huidige bouwmethode.  Dat is waar we de laatste jaren druk mee zijn, zeker als we kijken naar luchtdichtheid.

Energieneutraal of passief?
In Nederland wordt de energieprestatie berekend volgens de NEN 7120 –Energieprestatie voor Gebouwen (EPG). Deze methode wordt gebruikt voor een energieneutrale woning, maar niet voor een passiefhuis. Daarvoor geldt het Passivhaus Projektierungs Paket (PHPP). Een rekenmethode die is ontwikkeld in het Duitse Darmstadt en erg dicht bij de werkelijkheid komt. Ze wordt als zeer goed bestempeld. Bij de bouw van een passiefhuis in Nederland is een EPC-berekening echter wettelijk verplicht.  

Verschillen
Een energieneutrale woning wekt evenveel energie op als wordt verbruikt voor verwarming van de woning.  Een eenvoudig voorbeeld is om een woning met zoveel zonnepanelen te beleggen dat deze voorzien in de totale energiebehoefte voor verwarming van de woning. De Energieprestatie Coëfficiënt (EPC) is dan ≤ 0,0.  Uiteraard spelen er meer onderdelen mee in de berekening. Onderdelen die een positief effect hebben op de EPC, zoals de isolatiewaarde en de luchtdichtheidswaarde. Door een goed geïsoleerde en luchtdichte woning te ontwerpen, zijn minder zonnepanelen nodig.  Een passiefhuis heeft heel andere uitgangspunten. Zo is de maximale energiebehoefte voor verwarming 15 kWh/m2. De luchtdichtheidswaarde komt uit op 0,6 luchtwisselingen van het volume van de woning per uur, wat overeenkomt met ongeveer een Qv;10 van ≤ 0,15 dm3/s/m2. Ook moet men ontwerpen met hele goede isolatiewaarden.  Deze Rc-waarden worden vaak aangenomen op +/- 10 m2K/W, in tegenstelling tot de minimaal vereiste waarde in het Bouwbesluit van 3,5 m2K/W.  Daarnaast moet in het ontwerp rekening worden gehouden met de oriëntatie ten opzichte van de zon. De zon moet namelijk zorgen voor een passieve opwarming van de woning. Alleen de ventilatielucht die nodig is om de woning gezond te houden, wordt verwarmd. Tot slot zijn ook het model en de indeling van een woning van invloed op de resultaten.

Luchtdichtheid
De luchtdichtheidswaarden die in de huidige woningbouw worden ingevoerd in de EPC-berekeningen zijn veelal gerelateerd tot het ventilatiesysteem.  De adviezen variëren van een Qv;10 van 1,0 tot 1,43 bij natuurlijke toevoer en mechanische afvoer (ventilatiesysteem C), en van 0,4 tot 0,625 bij een gebalanceerd ventilatiesysteem (D). Het advies voor de luchtdichtheidswaarde voor een energieneutrale woning is 0,4 of lager, of zoals bij een passiefhuis lager dan 0,15.  Dit vergt extra inspanning in de ontwerpfase, maar zeker ook in de uitvoeringsfase.  De Qv;10-waarde bij energieneutraal bouwen en passiefhuisbouw ligt dus een stuk lager dan de standaard voorgeschreven waarden. Dit betekent dat er al vanaf de ontwerpfase nagedacht moet worden over de luchtdichting.  Een gemakkelijke detaillering met zo min mogelijk aansluitingen van verschillende materialen moet daarbij het streven zijn. Het kan ook zijn dat er een dubbele luchtdichting is gewenst.  De uitvoering is nooit zonder fouten en bij een Qv;10-waarde van 0,15 wil je alle risico’s uitsluiten. Dat hier vanaf het ontwerp over moet worden nagedacht, mag duidelijk zijn. Hier zijn namelijk kosten mee gemoeid die je vooraf wil calculeren. Kijk bij het calculeren van een project naar de Qv;10-waarde in de EPC-berekening.  Hoe lager deze waarde, des te meer kosten de luchtdichtheid met zich meebrengt. Het goedkoopste is in één keer goed! Uit metingen (zie tabel) blijkt dat als niet vroegtijdig over luchtdichtheid wordt nagedacht, zelfs de minder strenge Qv;10 waarden van 0,625 dm3/s/m2 niet worden gehaald. De gemeten waarde is 1,0692 dm3/s/m2. Deze woning voldoet dus niet, terwijl deze waarden gemakkelijk haalbaar zijn.

Enkele of dubbele luchtdichting
Op het moment dat er een dubbele luchtdichting wordt gerealiseerd, kun je ervan uitgaan dat de totale constructie al een behoorlijke dikte heeft. Vanwege de hoge isolatiewaarde is er voldoende ruimte voor de luchtdichtingen.  Voorbeeld van een dubbele luchtdichting is een flexibele PUR-naad aan de binnenzijde rondom een kozijn, dat daarna ook nog aan de buitenzijde wordt voorzien van butyltape of Luwadicht.  Of bijvoorbeeld een dakdoorvoer die volledig gesloten is aangebracht in de dakplaat zelf. Voor een tweede dichting wordt een goed sluitend manchet rondom de doorvoer aangebracht.  Kozijnen luchtdicht afwerken tegen het binnenspouwblad met een butyltape of Luwadicht is als enkele luchtdichting voldoende bij een Qv;10 van 0,15 dm3/s/m2. Een goede materiaalkeuze beïnvloedt daarom zeer sterk de kosten voor luchtdichtheid.

M. J. (Michiel) Vlieg

figuur 01 figuur 01  figuur 02 figuur 02  figuur 03 figuur 03