Betrouwbaar | Delen van kennis

Luchtlekken via kanaalplaatvloeren

april 2011 - De Aannemer

Zet kanalen altijd goed gesloten dicht.

Met de uiteinden van kanaalplaatvloeren wordt door aannemers vaak lichtzinnig omgesprongen. Open of dicht, gevuld met doppen of isolatieproppen; er lijkt nauwelijks een strategie achter te zitten. En dat terwijl het dichtzetten van de kanalen zeker een doel heeft. Het voorkomt luchtlekken.

De koppen van kanaalplaatvloeren eindigen bij eindgevels in de spouw. Tot zover niets aan de hand. Zodra het echter over het openlaten of afdichten van de kanalen gaat, blijken aannemers daar zeer divers mee om te gaan. Soms blijven de kanalen open, zoals op afbeelding 1.  Soms wordt gekozen voor een dop, al dan niet met een strategie of bedoeling. Op afbeelding 2 is te zien dat niet alle kanalen zijn voorzien van een dop, de reden daarvoor is onduidelijk.  Doppen zijn niet gratis en hebben bovendien een functie: die van stortafdichting. Alle doppen op afbeelding 3 zijn daarom overbodig en dus weggegooid geld. In de situatie op afbeelding 4 zijn geen doppen gebruikt, maar is glaswol of steenwol als oplossing gekozen; proppen die op een slordige manier zijn aangebracht.

Luchtdicht
Het dichtzetten van de uiteinden van de kanalen heeft een doel. Het voorkomt:

  • Tocht uit centraaldozen;
  • Condensatieschade bij de oplegging van kanaalplaatvloeren bij buitengevels;
  • Uitslag op het buitenmetselwerk ter hoogte van de kanaalplaatvloeren door condensatie.


Om de bovenstaande drie doelen te kunnen bereiken, moeten de kanalen luchtdicht worden afgesloten.  Warme, vochtige lucht kan zo niet uit de kanalen ontsnappen; koude lucht van buiten kan juist niet in de kanalen worden gedrukt.  Doppen zijn echter niet altijd luchtdicht, getuige afbeelding 5.  Ze worden doorgaans ingezet voor het aanstorten van de vloeren (zie afbeelding 6).  Als het gaat waaien, kan wind in de kanalen worden geduwd.  En aangezien centraaldozen of andere sparingen altijd contact hebben met één of meerdere kanalen - afbeelding 7 - ontstaat er tocht in huis.

Isolatieplaten
Minerale isolatieplaten zijn niet winddicht. Datzelfde geldt ook voor menige aansluiting tussen harde isolatieplaten. Soms is het gewoonweg niet mogelijk om spouwisolatie goed gesloten tegen het binnenspouwblad en tegen de kop van de vloer aan te brengen. Maatafwijkingen zoals te zien op afbeelding 8 en 9 maken dit zeer lastig. De spouwisolatie wordt voor de koppen van deze kanaalplaatvloeren doorgezet, waardoor het bijna onmogelijk is om de isolatieplaten onderling goed te laten aansluiten.  Wind kan vervolgens tussen de naden door achter de spouwisolatie komen en ongeremd de kanalen instromen.

Condensatie
Kanalen moeten dus zo goed mogelijk worden dichtgezet. Dat kan met een goed sluitende isolatieprop. Dus niet zoals op afbeelding 10 en 11. Wie doppen gebruikt, moet erop letten of ze goed in het kanaal passen en zelf ook geheel gesloten zijn.  Op afbeelding 12 zijn luchtdichte doppen toegepast. Probleem hier is dat enkele doppen ontbreken. Warme, vochtige lucht die via de centraaldozen in de kanalen komt en door deze kanalen naar de koude spouw wordt gedrukt, condenseert op de kop van de kanaalplaatvloer. Afbeelding 13 toont de gevolgen.  Dezelfde warme lucht kan overigens ook tegen het buitenspouwblad condenseren en verkleuring veroorzaken (zie afbeelding 14).

Warmteverlies
Of de kanalen goed zijn afgedicht, is ook naderhand nog goed waar te nemen, zoals afbeelding 15 toont. Op de hoogte van de verdiepingsvloer is verkleuring in de gevel te zien. Deze wordt veroorzaakt door warmeluchtlekken. Al treedt er dus geen optische schade op, dan nog is er schade door onnodig warmteverlies. Kortom, het is altijd aan te bevelen om kanalen goed gesloten dicht te zetten. Ook bij woningscheidende wanden.

Ing. G. H. (Henk) Wegkamp

figuur 01 figuur 01  figuur 02 figuur 02  figuur 03 figuur 03  figuur 04 figuur 04  figuur 05 figuur 05  figuur 06 figuur 06  figuur 07 figuur 07  figuur 08 figuur 08  figuur 09 figuur 09  figuur 10 figuur 10  figuur 11 figuur 11  figuur 12 figuur 12  figuur 13 figuur 13  figuur 14 figuur 14  figuur 15 figuur 15