Betrouwbaar | Delen van kennis

Niet luchtdicht bouwen kost fortuin

april 2012 - De Aannemer

Kostbaar gebrek onbewust geaccepteerd.

Aannemers die niet luchtdicht bouwen, laten de bewoners opdraaien voor hun fouten. Aan het extra energiegebruik dat hierdoor ontstaat, kleeft namelijk een extreem bedrag aan onnodige kosten.

Niet luchtdicht bouwen kost bewoners onnodig veel energie.  Omdat de gebruiker na het betrekken van zijn nieuwe woning geen goede referentie heeft voor het staven van zijn stookkosten, blijft dit echter onopgemerkt.  Zijn energiegebruik vergelijken met de EPC-berekening is voor bijna elke bewoner ondoenlijk. Zelfs als hij dit zou kunnen, dan nog zal hij bij de bouwer een afwijzend antwoord krijgen.

Inschatting
Onze EPC is namelijk een theoretisch getal. Het is een inschatting van het gebouwgebonden energiegebruik dat benodigd is bij gemiddeld gebruik. Als de werkelijke hoeveelheid energie die de bewoner nodig heeft voor verwarming hoger ligt, kan de aannemer zich verschuilen achter een veelgehoord argument: de bewoner heeft een niet-efficiënt stookgedrag. Bovendien is de bewoner zelf verantwoordelijk voor de afwijking met de in de EPC berekening bepaalde hoeveelheid energie voor verwarming van de woning.

Controle
Maar tijden veranderen. Bewoners zijn zich er steeds meer van bewust dat een niet-luchtdicht huis – dus een huis dat tocht – onnodig veel warmte-energie verbruikt. Dat is terug te zien in de aanvragen om de luchtdichtheid van woningen te controleren. Aannemers zijn dus gewaarschuwd: niet alleen de overheid laat luchtdichtheidcontroles uitvoeren, ook woningeigenaren hebben die weg gevonden. Een test is relatief snel uitgevoerd en lucht is dun. Lekkages zijn dus betrekkelijk eenvoudig aan te tonen.

Geen ventilatie
Een groot misverstand of soms een vergezocht excuus is dat tocht zo slecht nog niet is. Je moet immers je huis ventileren.  Laat het duidelijk zijn: tocht is geen ventilatie. Tocht kun je niet regelen.  Tocht zijn luchtlekken, ontstaan door naden in de buitenschil van de woning. Het veroorzaakt doorgaans veel schimmelvorming en aantasting van de constructie, doordat waterdamp op koude plaatsen – bijvoorbeeld in de constructie – gaat condenseren. Van schimmels is bekend dat ze de gezondheid van mensen aantasten. Mede daarom is de overheid steeds strenger op het vermijden van tocht.

Kostenplaatje
Een andere belangrijke reden voor de overheid om streng te controleren op het behalen van een goede luchtdichtheid, is het voorkomen van onnodig veel warmteverlies.  Hier een voorbeeldberekening om het effect van tocht op de kosten duidelijk te maken: 
In de EPC-berekening is men ervan uitgegaan dat het gebouw niet meer tocht dan 0,48 liter per seconde per m2 vloeroppervlak.  De woning in dit voorbeeld heeft 222,36 m2 vloeroppervlak, zodat deze woning per seconde 0,48 x 222,36 = 107 liter per seconde mag tochten. Per uur is dit 107 x 3600 = 384. 238 liter, dus circa 384 m3. Zelfs met deze hoeveelheid tocht voldoet het huis nog aan de wet.  Uit meetgegevens blijkt dat de woning het minst tocht als deze op onderdruk wordt gebracht. Alleen kan de bewoner de winddruk niet kiezen. Als het gaat waaien, ontstaat er een winddrukzijde en een windzuigingzijde. Draait de windrichting, dan veranderen de winddrukzijde en de windzuigingzijde mee. Je kunt dus stellen dat een woning luchtdicht moet zijn, zowel met onderdruk als met overdruk. Voor dit voorbeeld is de gunstigste omstandigheid gekozen – de onderdruk – maar eigenlijk is het nog beroerder.

Werkelijkheid
De woning uit het voorbeeld tocht in werkelijkheid 672 m3 per uur. Dat is 672 / 384 = 1,75 keer te veel. In euro’s is dit per jaar niet gering. Stel dat de gemiddelde buitentemperatuur in Nederland 12 °C is. Binnen willen we het gemiddeld 20 °C hebben. De lucht moet dus 8 °C verwarmen (in het volgende voorbeeld aangeduid met 8 K). Een jaar heeft 8760 h (= uren). Door tocht in deze tijd ontstaat een gemiddeld warmteverlies, dat door verwarming moet worden opgeheven. Voor de duidelijkheid sterk vereenvoudigd, treden de volgende kosten in dit voorbeeld op:
De warmtebehoefte is 8 K x 8760 h/j = 70. 080 Kh/j = 70 kKh/j. Om een m3 lucht 1 K te verwarmen, is 0,33 Wh/m3 K aan energie nodig. Voor 384 m3 lucht is dit over een heel jaar bezien 384 m3 x 0,33 Wh/m3 K x 70 kKh/j = 8876 kWh/j.  Als je bedenkt dat 1 m3 aardgas circa 10 kWh is, dan kost deze hoeveelheid tocht de bewoner onnodig circa 888 maardgas x € 0,70 per m3 = € 622 per jaar. De werkelijke hoeveelheid tocht kost: 672 m3 x 0,33 Wh/m3 K x 70 kKh/j = 15. 518 kWh/j / 10 kWh = 1552 m3 aardgas en dus 1552 m3 aardgas x € 0,70 per m3 = € 1. 086 per jaar. Zou de bewoner dit weten, dan komen aannemers hier niet meer zo eenvoudig mee weg.

Bewustwording
Nogmaals opgemerkt, de berekening is sterk vereenvoudigd omwille van de duidelijkheid voor diegenen die niet met dit soort berekeningen vertrouwd zijn. Wat in elk geval duidelijk wordt, zijn de extreme en onnodige kosten die een bewoner moet maken doordat de aannemer hier tekort is geschoten. Het wordt dus tijd werk te maken van een betere luchtdichtheid.  En van de bewustwording dat kwaliteit loont.

Ing. G. H. (Henk) Wegkamp

figuur 01 figuur 01  figuur 02 figuur 02  figuur 03 figuur 03