Betrouwbaar | Delen van kennis

Oplegging lateien dikwijls onjuist

december 2010 - De Aannemer

Verwerkingsvoorschriften in praktijk slecht vertaald.

De oplegging van lateien in kalkzandsteenwanden wordt nog te vaak verkeerd uitgevoerd. Onnodig, want de leveranciers vermelden in hun verwerkingsvoorschriften toch duidelijk hoe hun lateien moeten worden aangebracht. Voor aannemers die er moeite mee hebben de aandachtspunten op een rij.

Een latei heeft twee functies: 1) afsluiting van een sparing aan de bovenzijde, en 2) de belasting die boven een sparing aanwezig is, afvoeren naar de wanddelen aan beide zijden naast de sparing. Om de eerste en minst moeilijke functie te vervullen, moet de latei strak aan de maatvoering op de juiste plaats worden gelegd. Hoe slordiger dit gebeurt, hoe arbeidsintensiever en moeilijker de correcte afwerking wordt. De tweede functie van de latei is veel belangrijker. Het betreft hier immers stabiliteit en dus veiligheid; het eerste en meest belangrijke hoofdstuk in het Bouwbesluit. De fabrikanten hebben daarom in duidelijke verwerkingsvoorschriften vermeld hoe hun lateien moeten worden verwerkt. Er zijn drie lateisoorten:

  • Zelfdragende betonlateien;
  • Samengestelde betonlateien;
  • Stalen lateien (hoeklijnen).

1. Zelfdragende betonlateien

De naam zegt het al, deze latei draagt zelf alles. Hij wordt gebruikt in zowel dragende als niet-dragende kalkzandsteenwanden. Zelfdragende betonlateien zijn te herkennen aan hun relatief grote hoogte. Ze vormen zelf de lateiconstructie en nemen zelf alle optredende belastingen – de buigtrekspanning, de buigdruk en de schuifspanning – op en dragen deze af naar zijn opleggingen. We onderscheiden hierin:

  • ZV (zelfdragend voorgespannen);
  • ZTW (zelfdragend traditioneel gewapend), doorgaans zwaar belaste lateien.


Belangrijke aandachtspunten bij de verwerking van zelfdragende betonlateien zijn:

  • Voldoende oplegging. Bij overspanningen tot 2000 mm moet de oplegging minimaal 150 mm zijn. Bij overspanningen boven 2000 mm geldt een minimale oplegging van 200 mm;
  • Opleggingsvoorschriften van de lateifabrikant vergelijkend controleren met die van de steenfabrikant. Eist de kalkzandsteenleverancier grotere opleggingslengten, dan moeten deze worden aangehouden. Het is dus een samenspel tussen de stenen waaruit de muur is samengesteld en de latei. Omdat deze van verschillende materialen kunnen zijn gemaakt, geldt de zwaarste eis van een van beiden;
  • Bij lateilengten van meer dan 3500 mm extra advies aangaande de verwerking aanvragen;
  • Wordt een zelfdragende latei over een tussenpunt gelegd, dan moet dit vooraf met de lateifabrikant worden afgestemd. Bij een oplegging op drie punten treden op andere plaatsen spanningen op in de latei dan bij een oplegging op twee punten. De latei moet hiervoor dus geschikt zijn;
  • Een zelfdragende latei moet altijd op folie worden gelegd om enig verschil in werking tussen latei en bovenliggend metselwerk op te kunnen vangen;
  • Een zelfdragende, vloerdragende of zwaarbelaste latei moet altijd in een lijmmortel worden gelegd. De oplegfolie zit dan onder de lijmmortel;
  • De bovenzijde van de latei in een dragende wand moet op dezelfde hoogte liggen als de naastliggende dragende wand. Eventuele ruimte opvullen met een drukvast vulmateriaal;
  • Bij een latei in een niet-dragende wand geldt dat de bovenzijde van de latei vrij moet liggen van bijvoorbeeld de verdiepingsvloer. Deze lateien zijn niet berekend op het dragen van de vloer. Vul de eventuele ruimte tussen latei en vloer op met elastisch materiaal.


In de praktijk gaat het vaak mis, getuige de afbeeldingen 1 en 2.

2. Samengestelde betonlateien

Deze lateien werken samen met het bovenliggende metselwerk en vormen samen de lateiconstructie. De latei neemt de trekkrachten op en het metselwerk de drukkrachten. Samengestelde betonlateien worden toegepast in niet-dragende kalkzandsteenwanden. Ze mogen nooit vloerdragend zijn. De punten 1, 2, 5 en 8 die zijn genoemd bij de verwerking van zelfdragende betonlateien, zijn ook belangrijke aandachtspunten bij de verwerking van samengestelde betonlateien. Daarnaast geldt:

  • Als de oplegging onvlakheden van meer dan 1 mm vertoont, moet de latei in een lijmmortel worden gelegd. De oplegfolie zit dan onder de lijmmortel;
  • De latei moet worden ondersteund tijdens het metselen of lijmen van het metselwerk boven de latei. De afstanden van de onderstempeling zijn horizontaal in onderstaande grafiek af te lezen. Verticaal is de hoogte van het metselwerk boven de latei uitgezet.


Op afbeelding 3 zijn de verwerkingsvoorschriften niet goed vertaald.

3. Stalen lateien (hoeklijnen)

Ook hier blijkt het niet altijd duidelijk te zijn. Afbeelding 4 toont een vloer die niet in de latei draagt, omdat deze te laag ligt. In afbeelding 5 rust de stalen latei niet op de oplegging, maar op een kunststof wig. Dit gaat fout op het moment dat het kalkzandsteen onder de wig wegbreekt. In afbeelding 6 is een te ver achter de muur liggende latei te zien. Hierdoor wordt de latei sterk verzwakt, gaat torderen en verzakt. Onderstaande verwerkingsvoorschriften zijn hier duidelijk niet toegepast:

  • De oplegvlakken moeten op een folie worden gelegd;
  • De minimale opleglengte bedraagt 100 mm per zijde;
  • Om rotatie te voorkomen, moet de latei tijdens het metselen om de meter worden ondersteund. Dit mag de verticale doorbuiging niet remmen en geen opwaartse druk veroorzaken. Verwijder de ondersteuningen nadat het metselwerk volledig of over een hoogte gelijk aan de dagmaat is uitgehard;
  • Het metselwerk of de vloer moet zo goed mogelijk tegen het verticale deel van de latei aanliggen. Eventuele ruimten tussen metselwerk en latei opvullen met specie;
  • Metselwerk altijd rechtstreeks, dus koud, op de latei plaatsen. Niet uitvullen, maar ter plaatse van de oplegging met aardvochtige specie stellen. Maak dilataties bij de lateien altijd in overleg met de afdeling werkvoorbereiding;
  • Er mogen geen dilataties worden gemaakt ter plaatse van lateien waar is gerekend met boogwerking. Ook mogen boven de lateien geen open stootvoegen aanwezig zijn.

Ing. G. H. (Henk) Wegkamp

figuur 01 figuur 01  figuur 02 figuur 02  figuur 03 figuur 03  figuur 04 figuur 04  figuur 05 figuur 05  figuur 06 figuur 06  figuur 07 figuur 07